De bovenbouw is voor mijn kind moeilijker

De basisschool is voor de meeste kinderen een leuke tijd. Het is de tijd waarin ze heel veel leren, vriendjes en vriendinnetjes maken en enorm groeien. Ouders van kleuters vinden het vaak lastig om hun kind los te laten, maar zien ook vrij snel in dat dit een goede stap is. In de kleuterklas ontwikkelen kinderen zich ineens een stuk sneller. Wanneer het dan lekker gaat, ben je als ouder natuurlijk tevreden. Maar het gebeurt vaker dat kinderen vanaf de bovenbouw – zeg maar vanaf groep 6 – meer moeite krijgen op school en de bovenbouw ook moeilijker beginnen te vinden. Ze scoren lager op toetsen, krijgen minder mee en lopen achter. Hoe zit dat nu precies? Wat maakt het dat veel kinderen de bovenbouw moeilijker ervaren.

Lesstof in onder- en middenbouw
De nadruk in de onder- en middenbouw (waarbij groep 1, 2 en 3 de onderbouw en groep 4 en 5 de middenbouw vormen) ligt nog heel erg op de basis. Basisvaardigheden op het gebied van rekenen en spelling, maar ook op sociale aspecten. Er wordt nog veel bewogen en gespeeld en de verwachtingen zijn nog te overzien. Ook is de verantwoordelijkheid doorgaans bij de juf of meester gelegd en hoef je als kind nauwelijks initiatief te nemen. Wat dat betreft raken kinderen er snel aan gewend dat alles wel voor ze wordt uitgezocht.

Lesstof in bovenbouw
In de bovenbouw wordt er veel meer van kinderen verwacht. Ze moeten ineens zelf de verantwoordelijkheid nemen voor hun werk, krijgen huiswerk en veel meer toetsen. Maar ook wordt de basis nu omgezet in een verdieping. Kinderen gaan van groep 8 allerlei kanten op en die niveaus (vmbo, havo en vwo) merk je vooral in de bovenbouw. Kinderen die meer aan kunnen krijgen vaak meer werk dan kinderen die moeite hebben. De lesstof neemt ook toe en gaat de verdieping in met breuken, procenten en kommagetallen en allerlei woordsoorten bij spelling en taal. Sociaal gezien groeien kinderen in groep 7 en 8 ook heel snel, maar zijn ze vaak ook erg onzeker.

Te moeilijk? Wat nu?
Het is natuurlijk vervelend als je als ouder het idee krijgt dat de lesstof voor je kind te moeilijk is. Maar het is wel belangrijk dat je dat dan serieus neemt. Je wil je kind immers verder helpen. Wat je dan ook het beste kan doen is aan je kind te vragen hoe hij of zij verder wil. Welke hulp kun je bieden? Wil je kind bijles volgen om het toch onder de knie te krijgen of wil het gewoon zo verder? Laat de oplossing van je kind afhangen en leg niet je eigen wensen op.

Overleg met de leerkracht
Zodra dan eenmaal helder is wat er moet gebeuren en wat je kind kan helpen, is het tijd om met de leerkracht in gesprek te gaan. Hij of zij is de aangewezen persoon om vervolgstappen mee uit te denken. Breng het probleem ter sprake en vertel hoe je kind daarin staat. Na dit overleg kun je pas echt stappen gaan zetten om het op te lossen. De leerkracht heeft waarschijnlijk ervaring en kan je dan ook zeker verder helpen bij het zetten van vervolgstappen in het belang van jouw kind.

Conclusie
Niets is zo vervelend als wanneer je kind het niet naar zijn of haar zin heeft op school, omdat de stof te moeilijk wordt. De bovenbouw is pittiger dan de onderbouw, minder speels en met meer verwachtingen. Maar houd altijd duidelijk in de smiezen hoe jouw kind erbij staat. Wat gaat goed en wat gaat minder goed? Wat wil je kind zelf dat er verandert aan de huidige situatie en hoe kunnen jij en de school daarbij helpen? Die vragen dienen centraal te staan, ook als je het probleem met de leerkracht bespreekt.

Post Author: admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *